www.GotQuestions.org/Nederlands




Vraag: "Wat was de Protestantse Reformatie / Hervorming?"

Antwoord:
Om de geschiedenis van de Protestantse Kerk en de Reformatie / Hervorming goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk om eerst te weten dat een van de zaken die de Rooms-katholieke Kerk voor zich opeist de zogenaamde apostolische opvolging is. Dit betekent eenvoudig dat zij een uniek gezag over alle andere kerken en kerkgenootschappen opeist, omdat zij beweert dat de opvolgingslijn van de Rooms-katholieke Pausen door de eeuwen heen helemaal tot aan de apostel Petrus kan worden teruggevoerd. In het Katholieke standpunt geeft dit de Rooms-katholieke Kerk een uniek gezag dat alle andere kerkgenootschappen en kerken overtreft. Volgens de Katholieke Encyclopedie kan deze apostolische opvolging “alleen in de Katholieke Kerk worden gevonden” en “kunnen afzonderlijke Kerken deze niet opeisen”.

Vanwege deze apostolische opvolging beweert de Rooms-katholieke Kerk een uniek gezag te hebben om niet alleen de Schrift uit te leggen en doctrines vast te stellen, maar ook om een oppermachtige leider in de vorm van de Paus te hebben die onfeilbaar is (geen fouten maakt) wanneer hij “ex cathedra” spreekt (dat wil zeggen wanneer hij zijn ambt als pastor en leraar van alle Christenen uitoefent). Daarom zijn de tradities en de leer van de Rooms-katholieke Kerk die van de Paus afkomstig zijn, vanuit het Rooms-katholieke oogpunt, net zo onfeilbaar en gezaghebbend als de Schriftteksten zelf. Dit is een van de grote verschillen tussen Rooms-katholieken en Protestanten en dit was een van de fundamentele redenen voor de Protestantse Reformatie.

Natuurlijk zijn de Rooms-katholieken niet de enigen die een uniek gezag op basis van apostolische opvolging opeisen, en ook niet de enigen die de oorsprong van hun kerk terugvoeren naar de oorspronkelijke apostelen. De Oosters-orthodoxe Kerk eist eveneens de apostolische opvolging voor zich op en de manier waarop zij dit doen lijkt sterk op het Rooms-katholieke standpunt. De splitsing tussen de Oosters-orthodoxe en de Rooms-katholieke Kerk vond pas in 1054 na Christus tijdens het “Grote Schisma” plaats. Er bestaan ook zekere Protestantse kerkgenootschappen en groeperingen die een “bloedlijn” proberen in te stellen die door de eeuwen heen teruggevolgd kan worden tot de kerk van de eerste eeuw en zelfs tot de apostelen zelf. Hoewel deze Protestanten niet in apostolische opvolging geloven om het gezag van een “Paus” als een onfeilbare leider in te stellen, richten zij zich tot op zekere hoogte toch op die verbinding met de vroege kerk om het gezag van hun doctrines en praktijken in te stellen.

Het probleem van al deze pogingen om een opvolgingslijn tot de apostelen terug te volgen, of dit nu Rooms-katholiek, Oosters-orthodox of Protestants is, bestaat eruit dat ze alle een poging zijn om het gezag van hun geloof en onderwijs uit de verkeerde bron af te leiden, namelijk een werkelijk of vermeen verband met de apostelen, in plaats van het Woord van God. Het is belangrijk dat Christenen zich ervan bewust zijn dat een directe apostolische opvolging niet noodzakelijk is om een kerk of een kerkgenootschap gezag te geven. God heeft ons het hoogste gezag gegeven over alle zaken die met geloof en geloofspraktijken te maken hebben: Zijn Heilige Woord, de Bijbel. Daarom is het gezag van een individuele kerk of van een kerkgenootschap tegenwoordig niet gebaseerd op een of andere verbinding met de kerk en de apostelen uit de eerste eeuw. In plaats daarvan is dit gezag rechtstreeks en alleen afkomstig van het geschreven Woord van God. Het onderricht van een kerk of kerkgenootschap is alleen gezaghebbend en bindend voor Christenen als deze de ware betekenis en het duidelijke onderricht van de Schrift representeert. Het is belangrijk dat we ons hiervan bewust zijn als we willen begrijpen wat het verband is tussen het Protestantisme en de Rooms-katholieke Kerk en wat de reden was voor de Protestantse Reformatie.

Voor een goed begrip van de geschiedenis van het Christendom en de opeising van apostolische opvolging door sommige groeperingen, maar ook van de bewering van de Rooms-katholieke Kerk dat zij de enige ware Kerk met een uniek gezag is, is het belangrijk dat wij ons van een aantal sleutelaspecten bewust zijn. Op de eerste plaats moeten we ons realiseren dat valse leraren en valse leer ook in de dagen van de apostelen van de kerk in de eerste eeuw al een belangrijk probleem vormden. We weten dit dankzij de waarschuwingen tegen ketterij en valse leraren die we in alle latere geschriften van het Nieuwe Testament aantreffen. Jezus waarschuwde ons Zelf dat deze valse leraren als “wolven in schaapskleren” (Matteüs 7:15) zouden komen en dat “onkruid en tarwe” zij aan zij zouden leven tot aan de dag van het oordeel, waarop Hij de geredde zielen van de verlorenen zal scheiden, de waarlijk “wedergeboren” gelovigen van de mensen die Hem niet werkelijk hebben ontvangen (Matteüs 13:24-30). Dit is belangrijk om een goed begrip van de kerkgeschiedenis te kunnen verkrijgen, omdat valse leraren en valse leer al sinds het prille begin de kerk zijn binnengedrongen en mensen het verkeerde pad op hebben geleid. Desondanks zijn er altijd ook ware “wedergeboren” gelovigen geweest die zich standvastig vastklampten aan de Bijbelse doctrine van de verlossing die alleen door geloof in Christus uit genade wordt verkregen, door alle eeuwen heen, zelfs in de donkerste periode van de Donkere Middeleeuwen.

Op de tweede plaats moeten we ons realiseren, om de kerkgeschiedenis correct te kunnen begrijpen, dat het woord katholiek feitelijk niets meer betekent dan “universeel”. Dit is belangrijk omdat de term “katholiek” in de vroege Christelijke geschriften in de eerste en tweede eeuw betrekking heeft op de “universele kerk” of het “Lichaam van Christus” dat uit “wedergeboren” gelovigen van elk volk, elke taal en elke natie bestaat (Openbaring 5:9; 7:9). Maar het woord “katholiek” kreeg na verloop van tijd, net als zoveel andere woorden, een andere betekenis en het begon in een andere zin gebruikt te worden. Na verloop van tijd begon het idee van een “universele” of “katholieke” kerk zich te ontwikkelen tot het idee dat alle kerken samen één kerk zouden vormen, niet alleen geestelijk, maar ook zichtbaar, en dat deze zich over de hele wereld zou uitstrekken. Deze misvatting met betrekking tot de aard van de zichtbare kerk (die altijd al “zowel onkruid als tarwe” heeft bevat) en de onzichtbare kerk (het Lichaam van Christus dat alleen uit wedergeboren gelovigen bestaat) leidde uiteindelijk tot het idee van de zichtbare Heilige Katholieke Kerk, waarbuiten geen redding zou kunnen worden gevonden. De Rooms-katholieke Kerk ontwikkelde zich vanuit deze verkeerde opvatting van de aard van de universele kerk.

Vóór de bekering van Constantijn tot het Christendom, in 315 na Christus, werden Christenen al door de Romeinse regering vervolgd. Door Constantijns bekering werd het Christendom een godsdienst die in het Romeinse Rijk werd toegestaan (en later de officiële godsdienst werd); de zo “zichtbaar” geworden Kerk bundelde haar krachten met de macht van de Romeinse regering. Dit huwelijk van kerk en staat leidde tot de vorming van de Rooms-katholieke Kerk en na verloop van tijd zette dit de Rooms-katholieke Kerk ertoe aan om haar doctrines te verfijnen en haar structuur op een zodanige manier te ontwikkelen dat ze de doelen van de Romeinse regering zo goed mogelijk kon dienen. In deze periode stond een tegenwerking van de Rooms-katholieke Kerk gelijk aan een tegenwerking van de Romeinse regering en dit ging met zware straffen gepaard. Als iemand het dus niet eens was met een doctrine van de Rooms-katholieke Kerk, dan was dat een zwaar vergrijp dat vaak tot excommunicatie, en soms tot de dood, leidde.

En toch waren er ook in deze periode van de geschiedenis ware “wedergeboren” Christenen die zich sterk maakten en oppositie voerden tegen de verwereldlijking van de Rooms-katholieke Kerk en de verontheiliging van het geloof die daaruit volgde. Na verloop van tijd werden mensen die de leer en gebruiken van de Rooms-katholieke Kerk tegenwerkten door deze samenwerking van kerk en staat tot zwijgen gebracht. De Rooms-katholieke Kerk werd zo bijna in het hele Romeinse Rijk een universele kerk. Er waren altijd wel “verzetshaarden” tegen enkele van de on-Bijbelse praktijken en doctrines van de Rooms-katholieke Kerk, maar toch waren deze relatief klein en geïsoleerd. Vóór de Protestantse Reformatie in de zestiende eeuw hadden mannen als John Wycliffe in Engeland, Johannes Hus in Tsjecho-Slowakije en Johannes Wessel in Duitsland al hun leven gegeven voor hun oppositie tegen enkele van de on-Bijbelse doctrines van de Rooms-katholieke Kerk.

Het verzet tegen de Rooms-katholieke Kerk en haar valse onderricht bereikte in de zestiende eeuw een kookpunt, toen een Rooms-katholieke monnik met de naam Maarten Luther zijn 95 stellingen (of thesen) tegen de leer van de Rooms-katholieke Kerk aan de deur van de Slotkerk in Wittenberg (Duitsland) sloeg. Luthers doel was de hervorming van de Rooms-katholieke Kerk, maar hiermee tartte hij het gezag van de Paus. Nadat de Rooms-katholieke Kerk weigerde om gehoor te geven aan Luthers oproep tot hervormingen en terug te keren naar de Bijbelse leer, begon de Protestantse Reformatie, waaruit vier belangrijke stromingen of tradities van het Protestantisme zijn voortgekomen: Lutheraans, Hervormd, Anabaptistisch en Anglicaans. In deze periode bracht God in verschillende landen vrome mannen voort om de kerken over de hele wereld wederom terug te brengen naar hun Bijbelse wortels en naar de Bijbelse leer en praktijken.

Er waren vier primaire vragen of doctrines die de basis vormden van de Protestantse Reformatie. De hervormers waren van mening dat de Rooms-katholieke Kerk deze vragen onjuist beantwoordde. Deze vier vragen of doctrines zijn: Hoe wordt een mens gered? Wie heeft religieus gezag? Wat is de kerk? En wat is de kern van het Christelijke leven? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, stelden de Protestantse Hervormers zoals Maarten Luther, Ulrich Zwingli, Johannes Calvijn en John Knox de “Vijf Solas” (of “vijf punten”) van de Reformatie in (“sola” is het Latijnse woord voor “alleen”). Deze vijf doctrinaire punten vormden het hart van de Protestantse Reformatie en op basis van deze vijf essentiële Bijbelse doctrines maakten de Protestantse hervormers een vuist tegen de Rooms-katholieke Kerk. Zij weigerden gehoor te geven aan de eis om hun onderricht te verloochenen, zelfs met de dood voor ogen. Deze vijf essentiële doctrines van de Protestantse Reformatie zijn:

1-“Sola Scriptura”, of “alleen de Bijbel”: Dit bevestigt de Bijbelse leer dat de Bijbel het enige gezag is op het gebied van alle zaken die met geloof en geloofspraktijken te maken hebben. De Schrift, en de Schrift alleen, is de standaard waartegen alle leer en doctrines van de kerk moeten worden afgemeten. Zoals Maarten Luther zo welsprekend zei toen hij gevraagd werd om zijn leer af te zweren: ““Alleen getuigenissen van de Heilige Schrift of overtuigende bewijzen kunnen mij in het ongelijk stellen. Want ik geloof noch de paus, noch de concilies alleen, omdat het zonneklaar is dat zij zich herhaaldelijk hebben vergist en zichzelf hebben tegengesproken. Ik kan alleen overwonnen worden door de Heilige Schriften die ik heb aangehaald. En aangezien mijn geweten gevangen is in Gods woord, kan ik en wil ik niets herroepen, omdat het bezwaarlijk, onheilzaam en gevaarlijk is om tegen het geweten in te handelen. God moge mij te hulp komen. Amen.”

2—“Sola Gratia”, of “verlossing alleen uit genade”: Dit bevestigt de Bijbelse leer dat redding alleen uit genade van God kan worden verkregen en dat we alleen door Zijn genade van Zijn toorn worden gered. Gods genade in Christus is niet alleen noodzakelijk, maar is ook de enige effectieve oorzaak van onze redding. Deze genade is het bovennatuurlijke werk van de Heilige Geest die ons naar Christus leidt door ons uit onze slavernij aan de zonde te bevrijden en door ons uit een geestelijke dood op te wekken tot een geestelijk leven.

3—“Sola Fide”, of “verlossing alleen door geloof”: Dit bevestigt de Bijbelse leer dat we alleen door geloof, en alleen vanwege Christus, uit genade gerechtvaardigd kunnen worden. Door ons geloof in Christus wordt Zijn rechtschapenheid ons aangerekend als de enig mogelijke voldoening voor Gods perfecte rechtvaardigheid.

4—“Solus Christus”, of “alleen door Christus”: Dit bevestigt de Bijbelse leer dat alleen in Christus redding kan worden gevonden en dat alleen Zijn zondeloze leven en Zijn plaatsvervangende aflossing van onze zondeschuld voldoende zijn voor onze rechtvaardiging en onze verzoening met God de Vader. Het evangelie wordt niet verkondigd als het plaatsvervangende werk van Christus niet wordt verkondigd en als niet wordt opgeroepen tot een geloof in Christus en Zijn werk.

5—“Soli Deo Gloria”, of “alle eer alleen aan God”: Dit bevestigt de Bijbelse leer dat de redding van God afkomstig is en dat deze door God alleen wordt verleent voor Zijn verheerlijking. Het bevestigt dat wij Hem als Christenen altijd moeten verheerlijken en onze hele levens ten voorstaan van God, onder het gezag van God en alleen voor de glorie van God moeten leiden.

Deze vijf belangrijke en fundamentele doctrines waren de reden voor de Protestantse Reformatie. Deze vormden de kern van de zaken die de Rooms-katholieke Kerk in haar doctrine verkeerd benaderde. Deze maakten de Protestantse Reformatie noodzakelijk om kerken over de hele wereld te doen terugkeren naar de juiste doctrine en Bijbels onderricht. Wanneer we een kerk en haar onderricht willen evalueren, dan zijn deze vijf punten tegenwoordig nog net zo belangrijk als in die tijd. Een groot gedeelte van het Protestantse Christendom moet tegenwoordig op vele gebieden uitgedaagd worden om weer naar deze fundamentele doctrines van het geloof terug te keren, net zoals de Rooms-katholieke Kerk in de zestiende eeuw door de hervormers werd uitgedaagd.