www.GotQuestions.org/Nederlands




Vraag: "Was Noachs zondvloed een wereldwijde of een plaatselijke gebeurtenis?"

Antwoord:
Wanneer de Bijbelse passages over de zondvloed worden bestudeerd, dan is het duidelijk dat de zondvloed een wereldwijde gebeurtenis was. Genesis 7:11 stelt dat “alle bronnen van de diepte losbraken en de sluizen van de hemel opengingen” (zie de WV95 vertaling). Uit Genesis 1:6-7 en 2:6 is duidelijk dat het klimaat vóór de zondvloed aanzienlijk anders was dan wat wij tegenwoordig waarnemen. Gebaseerd op deze en andere Bijbelse beschrijvingen, het fossielenbestand en de huidige geologische bevindingen kan er redelijkerwijs gespeculeerd worden dat de aarde ooit door een of ander watergewelf werd bedekt. Dit gewelf zou kunnen hebben bestaan uit waterdamp of ringen, zoals de ijsringen van Saturnus. In combinatie met een diepe ondergrondse waterlaag, die tegelijkertijd over het land werd uitgestort (Genesis 2:6), zou dit een wereldwijde zondvloed tot gevolg hebben gehad.

De duidelijkste verzen over de omvang van de zondvloed zijn Genesis 7:19-23: “Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. Tot vijftien el daarboven reikte het water, de bergen stonden helemaal onder. Alles wat op aarde leefde kwam om, alles wat er rond wemelde: vogels, vee, wilde dieren, en ook alle mensen. Alles wat op het land leefde en ademde vond de dood. Alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Alleen Noach bleef over, met alles wat bij hem in de ark was.”

In de bovenstaande passage zien we niet alleen het herhaaldelijke gebruik van het woord “alles”, maar ook zinsneden als “zodat alle hoge bergen, die onder den gansen hemel zijn, bedekt werden” (Statenvertaling), “tot vijftien el daarboven reikte het water, de bergen stonden helemaal onder” (dat was voldoende om de ark hier veilig overheen te laten varen), “alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels”, enzovoorts. Als deze beschrijvingen niet bedoeld waren om een universele zondvloed te beschrijven die de hele aarde overspoelde, dan weet ik niet hoe God het nog duidelijker gezegd zou kunnen hebben. Bovendien, als er sprake zou zijn geweest van een plaatselijke vloed, waarom zou God Noach dan hebben geboden om een ark te bouwen in plaats van gewoon te migreren met zijn gezin en de dieren? En waarom gebood Hij Noach om een ark te bouwen die groot genoeg was om alle verschillende landdieren te kunnen vervoeren die wij tegenwoordig op aarde aantreffen? Het moet opgemerkt worden dat zelfs grote dinosaurussen op jonge leeftijd slechts kleine dieren zijn en dat Noach niet noodzakelijkerwijs volwassen dieren in de ark hoefde te brengen.

God droeg Noach op om twee exemplaren van elk landdier in de ark te brengen (zeedieren werden niet meegenomen), met uitzondering van vogels en de ceremonieel reine dieren; van deze moest hij zeven exemplaren van elke soort in de ark brengen (Genesis 7:2-3).

Petrus beschrijft de zondvloed eveneens als een wereldwijde zondvloed. In 2 Petrus 3:6-7 stelt hij: “en dat de toenmalige wereld vergaan is toen ze door het water werd overspoeld. Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur”. In deze verzen vergelijkt Petrus het “universele” komende oordeel met de zondvloed uit Noachs tijd. Hij stelt dat de wereld die toen bestond door water werd overspoeld. Daarnaast zou Gods belofte (Genesis 8:21; 9:11, 15) dat Hij nooit meer een dergelijke zondvloed zou gebruiken al herhaaldelijk zijn verbroken als het een plaatselijke zondvloed zou zijn geweest. Verder kan gezegd worden dat alle mensen in de huidige wereld nakomelingen zijn van de drie zonen van Noach (Genesis 9:1, 19) en dat veel latere Bijbelse schrijvers de historiciteit van de wereldwijde zondvloed aanvaardden (Jesaja 54:9; 1 Petrus 3:20; 2 Petrus 2:5; Hebreeën 11:7). Tenslotte geloofde de Heer Jezus Christus Zelf in de wereldwijde zondvloed; Hij gebruikte deze als een symbool voor de komende vernietiging van de wereld wanneer Hij terugkomt (Matteüs 24:37-39; Lucas 17:26, 27).

Er bestaan buiten de Bijbel een groot aantal bewijsstukken voor een wereldwijde zondvloed. De uitgestrekte fossielenbegraafplaatsen die op elk continent worden aangetroffen, de grote hoeveelheid kolenafzettingen die een snelle bedekking van grote hoeveelheden vegetatie vereisten, de fossielen van zeedieren die op bergtoppen over de hele wereld worden gevonden, de meer dan 270 vloedlegenden die in alle uithoeken van de wereld bestaan en de grote hoeveelheid geologische formaties met uitgestrekte lagen sedimentaire afzettingen (inclusief de lagen die we in de Grand Canyon kunnen zien) verlenen alle geloofwaardigheid aan de werkelijkheid van een wereldwijde zondvloed.

© Copyright 2002-2014 Got Questions Ministries.